In 1999 heeft TenneT (beheerder van landelijke koppelnet) veiligheidsvoorschriften opgesteld voor het werken in de buurt van 380 kV- en 220 kV-hoogspanningslijnen van TenneT.

Deze voorschriften geven onder andere een aantal beperkingen aan die gelden in een bepaalde strook direct onder en naast de hoogspanningslijn.

 

Voorbeelden hiervan zijn dat bouwwerken niet uit brandgevaarlijk materiaal worden opgetrokken, en dat masten bereikbaar moeten zijn voor voertuigen vanaf de openbare weg via een vrije strook grond met een minimale breedte van vier meter.

In deze voorschriften wordt echter nauwelijks informatie gegeven hoe te handelen bij brand. Voor hoogspanningslijnen met een ander voltage ontbreken op landelijk niveau dergelijke algemene voorschriften.

 

Door REMU (voorloper van EEIU) is een aantal jaren geleden voorschriften opgesteld voor brandweerinzet onder hoogspanningslijnen.

Deze richtlijnen werden onderschreven door de Brandweer Regio Utrechts Land.

Deze richtlijnen geven aan dat bij brand de geleiders afgeschakeld en spanningsloos gemaakt dienen te worden alvorens men gaat blussen.

Bij levensgevaar, indien niet kan worden gewacht op afschakelen van de hoogspanningslijn, kan de brandweer besluiten eerder te gaan blussen:

- bij voorkeur met koolzuur

- indien noodzakelijk met water:sproeistraal minstens 5 meter afstand tussen geleiders en straal; volstraal minstens 10 meter afstand

- niet met poeder en schuim (de lucht zal de stroom dan beter geleiden).

 

Bij brand onder of direct naast de hoogspanningslijn kunnen door de hitte de geleiders extreem gaan doorhangen. Hierdoor kan de geleider breken, of zo ver doorhangen dat de grond wordt geraakt.

Daarom moet bij opwarmen van de geleiders zo snel mogelijk de spanning worden afgeschakeld en de geleiders worden geaard door de lijnbeheerder. Wanneer het hoogste punt van een hoogwerker/ladderwagen of vergelijkbare hulpmiddelen dichter dan 5 meter van de geleider komt, bestaat er kans op overslag met vrijwel zeker dodelijke gevolgen. Raakt een geleider de grond, dan mag het gebied rondom dit punt in een straal van 10 meter niet worden betreden.

Naar aanleiding van een vraag van de Gemeente Lelystad, waar een bedrijventerrein onder een bestaande 380 kV-hoogspanningslijn is gepland, is in 2002 een advies opgesteld door NIBRA en KEMA Arbo met betrekking tot de veiligheid van brandweerpersoneel in de nabijheid van de hoogspanningslijn.

 

De belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit dit rapport zijn:


- 24 - 40310090-TDC 03-37900A

- uitschakelen en veiligstellen van de hoogspanningslijn kan onder omstandigheden tot twee uur duren (door beheerder TenneT was aangegeven dat dat hier binnen tien minuten zou kunnen)

- binnen een afstand van 36 meter (voor 380 kV-lijn) niet blussen met hoge- of lagedruk waterstralen of schuim, geen voertuigen opstellen of hoogwerkers gebruiken zonder toestemming lijnbeheerder

- onder alle omstandigheden minimaal een afstand van 5,4 meter tot de geleiders aanhouden (denk hierbij ook aan struikelen, schrik- en vluchtreacties).

 

Mede op basis van dit advies is in augustus 2003 door de Gemeente Lelystad en TenneT een gezamenlijk protocol opgesteld, op basis waarvan TenneT de lijn tijdelijk kan afschakelen. In diezelfde maand is tevens een protocol opgesteld voor de inzet van de brandweer in Lelystad bij hoogspanningslijnen, en een werkinstructie hoe te handelen bij calamiteiten. Deze informatie is te vinden op http://www.nvbr.nl

In september 2003 brak er brand uit in de omgeving van een 150 kV-lijn in Beek (L). Men begon door verschillende omstandigheden pas relatief laat met blussen, waardoor schade aan de omgeving en de hoogspanningslijn zelf aanzienlijk was.

 

De precieze gang van zaken is nog niet duidelijk. Wel is door de verschillende partijen aangegeven dat er dringend richtlijnen door het NIBRA opgesteld dienen te worden, die aan alle brandweerkorpsen worden opgelegd. Een andere conclusie is dat de communicatie tussen brandweerkorpsen en elektriciteitstransport- en –distributiebedrijven verbeterd moet worden.

De Gemeente Veenendaal voert eveneens overleg met het NIBRA over de handelswijze tijdens brand. Tijdens het opstellen van dit rapport waren nadere details nog niet bekend.

Omdat bij een explosie in de meeste gevallen sprake is van brand, geldt bovenstaande ook voor calamiteiten waarbij explosies (kunnen) optreden. In Veenendaal zou men in de toekomst kunnen aansluiten op een aantal van de voorschriften van TenneT voor 220 en 380 kV-lijnen, namelijk dat in de belaste strook en in een strook rondom de masten geen opslag van brandgevaarlijke of explosieve materialen mag plaatsvinden, en dat bouwwerken niet uit brandgevaarlijk materiaal mogen worden opgetrokken.

Bij een explosie kan ook sprake zijn van geleiderbreuk, of het omvallen van een of meerdere masten. Deze calamiteiten worden hieronder besproken.


- 25 - 40310090-TDC 03-37900A

3.6.2 BREKEN VAN GELEIDERS

 

Geleiderbreuk komt zelden voor, maar kan optreden ten gevolge van een andere calamiteit, zoals brand, explosies of mechanische schade. Wanneer een geleider in aanraking komt met de grond, treedt er kortsluiting in het net op. Wat er daarna gebeurt, is afhankelijk van de netsituatie. In Veenendaal is er sprake van een effectief geaard net. Wanneer bij een dergelijk net kortsluiting optreedt, loopt er kortdurend een zeer hoge stroom (tot ca. 10.000 A), waarna de beveiliging de lijn binnen 0,1 seconde uitschakelt. Mensen, levende have en goederen die zich in de directe nabijheid van een gebroken geleider bevinden zullen naar verwachting schade ondervinden van de kortdurende hoge stroom. Ook is mechanische schade mogelijk ten gevolge van de massa van de geleiders.