Verslag van overleg tussen bewoners Obrechtstraat en Stadsdeelkantoor over het onderstation van Randstad Rail aan de Conradkade
Verslag van het gesprek van de bewoners van O230/234/238 met de gemeente Den Haag op het stadsdeelkantoor Scheveningen over de bouw van een onderstation van Randstad Rail op de Conradkade ter hoogte van de woningen O220-O250 op woensdag 19 maart 2008 van 09.00-10.00 uur.
Aanwezigen
Uit de Obrechtstraat
· P. Langerak (234);
· P. van de Geer (230);
· H. Toxopeus (238).
Van de Gemeente
· De heer Rijsdijk, projectinspecteur van het Stadsdeelkantoor Scheveningen;
· De heer Visser van de afdeling Juridische Zaken van het Centrale Stadhuis.
Inleiding
De heren Langerak, Toxopeus en Van de Geer (hierna te noemen: de bewoners) lichten toe dat zij namens een groot aantal bewoners van de Obrechtstraat, ongeveer ter hoogte van de nummers 220 tot en met 250, naar het Stadsdeelkantoor zijn gekomen om te praten over de bouw door HTM van een onderstation ten behoeve van Randstad Rail aan de achterzijde van de woningen Obrechtstraat 230-242 op een afstand van drie meter van de woningen. Van het gebouw wordt veel overlast ondervonden. Voor het overleg zijn door meerdere betrokkenen vragen geformuleerd, die de bewoners gaarne voorleggen aan het Stadsdeelkantoor.
Procedure
Vraag 1
Welke goedkeuringsprocedure gaat de Gemeente volgen? WRO 19 lid 1 of 2? Waarom?
Antwoord 1
De HTM heeft een nieuwe vergunningaanvrage ingediend. Er kan geen vergunning worden verleend op basis van artikel 19.3 van de WRO. Het gebouw is qua volume strijdig met het bestemmingplan. De Gemeente is dan ook voornemens vergunning te gaan verlenen op basis van artikel 19.2 WRO. Indien er sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan kan namelijk ontheffing worden verleend op basis van artikel 19.2 van de WRO. Voor 19.2 WRO heeft de provincie een lijst met mogelijke vrijstellingen opgesteld. Daaronder vallen ook ‘openbare verkeersdoeleinden’, in welk kader het tractie onderstation kan worden bezien. Het verzoek door HTM om een bouwvergunning is tevens een verzoek om vrijstelling ex artikel 19.2 WRO.
Over het Plan voor vervanging van het onderstation op een nieuwe locatie (HTM Infra, 7 maart 2005)
Vraag 2
Is dit Plan alleen door HTM vervaardigd of de resultante van overleg tussen HTM en het Stadsdeelkantoor?
Antwoord 2
Ten aanzien van de locatiekeuze heeft overleg tussen HTM en de Gemeente plaatsgevonden. In dat overleg zijn HTM en de Gemeente tot de conclusie gekomen dat de Conradkade de beste locatie voor het tractie onderstation zou zijn. HTM is overigens geen onderdeel van de Gemeente.
Vraag 3
In het programma van eisen staat onder meer dan het onderstation niet in/onder woningen mag zijn gelegen en evenmin in de nabijheid van computernetwerken. Hoe kan de huidige locatie A3 dan een serieuze optie zijn? Op drie meter afstand van woonhuizen, waarin zich per definitie netwerken van computer, telefoon etc. bevinden? Dat staat toch haaks op de voorwaarden?
Antwoord 3
Het onderstation blijft binnen de normen/richtlijnen van de Gemeente.
Vraag 4
Op bladzijde 3 staat aangegeven dat het bestemmingsplan moet worden gewijzigd voor locatie A1, hetgeen moeilijk is. Datzelfde geldt toch voor A3? Waarom staat dat dan niet aangegeven onder A3? Wordt zo niet ten onrechte door HTM de suggestie gewekt dat A3 qua vergunningen een makkelijker locatie is dan A1?
Antwoord 4
De heren Rijsdijk en Visser zijn niet betrokken geweest bij de locatiekeuze.
Vraag 5
Op bladzijde 4 worden de A-locaties aangegeven op een verkeerde kaart (en wel van kruispunt Houtrustbrug), waardoor ons inziens ten onrechte een ruimtelijker suggestie wordt gegeven dan de feitelijke situatie. En op die kaart is zelfs de benaming Van Boetzelaarlaan vervangen door Conradkade. Wat is daarvan uw mening?
Antwoord 5
De heren Rijsdijk en Visser nemen nota van deze opmerking.
Vraag 6
Op bladzijde 5 staat dat de voorkeurslocatie is B5 naast lijn 11 en nabij de energiecentrale. Problemen met conflicterende kabels en leidingen waren uitgezocht. De gemeente had met de huidige eigenaar, de woningbouwvereniging, afspraken gemaakt voor overdracht van de beoogde kavel, vervolgens wilde de Gemeente de grond weer uitgeven aan HTM. Ruimtelijke Ordening had geen bezwaar en gaf aan dat een bouwprocedure kon worden opgestart. Volgens ons is deze kavel uitstekend gelegen, en zonder directe omwonenden. Waarom is dan toch gekozen voor A3?
Antwoord 6
De locatiekeuze maakt geen onderdeel uit van deze vergunningprocedure. Alleen nog aan de orde is het ja/nee afgeven van een vergunning voor het (reeds geplaatste) tractie onderstation. De heren Rijsdijk en Visser kunnen ook niets toelichten over de locatiekeuze. Die is buiten hen om geschied in overleg tussen HTM en de afdeling Ruimtelijke Ordening van het Stadsdeelkantoor. Het integrale kostenaspect heeft daarbij ook een rol gespeeld.
Vraag 7
Zoals aangegeven bevat dit document vele onjuistheden. Is dat geen aanleiding om het document af te keuren en terug te verwijzen naar de tekentafel?
Antwoord 7
Het document is onderdeel van de vergunningaanvraag en zal in dat kader worden bestudeerd.
Locatie(keuze)
Vraag 8
Speelt de locatiekeuze nog een rol in het vergunningproces?
Antwoord 8
Nee. De heren Rijsdijk en Visser weten het antwoord op de vraag naar de locatiekeuze ook niet. Overigens moet de locatiekeuze gemotiveerd worden in de aanvraag. Zie verder het antwoord op vraag 9.
Vraag 9
Zo nee, waarom niet? Er is na de uitspraak van de bezwaarcommissie toch sprake van een nieuwe procedure (ook al staat er een illegaal gebouw)?
Antwoord 9
Inderdaad is sprake van een nieuwe procedure, maar die is niet meer op locatiekeuze gericht maar op legalisering van het gebouwde. Zulks mede in het algemeen maatschappelijk belang, met het oog op het functioneren van Randstad Rail. De buurt zal NIMBY-gedrag moeten vermijden, meent de Gemeente.
Vraag 10
Waarom is niet gekozen voor de meest gunstige locatie conform het Plan van Aanpak?
Antwoord 10
De heren Rijsdijk en Visser kunnen geen antwoord geven op deze vraag. In de locatiekeuze zijn zij niet betrokken geweest.
Vraag 11
Uw collega’s Van den Oever en Van der Beek hebben in 2006 ook aangegeven dat de HTM een andere locatie prefereerde. Waarom is daar van afgeweken?
Antwoord 11
De heren Rijsdijk en Visser kunnen geen antwoord geven op deze vraag. In de locatiekeuze zijn zij niet betrokken geweest.
Vraag 12
Waarom is gekozen voor deze lokatie?
Antwoord 12
De heren Rijsdijk en Visser kunnen geen antwoord geven op deze vraag. In de locatiekeuze zijn zij niet betrokken geweest.
Vraag 13
Waarom is niet gekozen voor plaatsing op de relatief grote lege parkeerplaats aan de overzijde (Suezkade, bij het voormalige Politiebureau Archimedesstraat)?
Antwoord 13
De heren Rijsdijk en Visser kunnen geen antwoord geven op deze vraag. In de locatiekeuze zijn zij niet betrokken geweest.
Vraag 14
Of voor de locaties bij de voormalige vuilverbranding?
Antwoord 14
De heren Rijsdijk en Visser kunnen geen antwoord geven op deze vraag. In de locatiekeuze zijn zij niet betrokken geweest.
Vraag 15
Heeft de locatiekeuze te maken met grondeigendom of de voorgenomen verkoop van grond door de gemeente?
Antwoord 15
De heren Rijsdijk en Visser kunnen geen antwoord geven op deze vraag. In de locatiekeuze zijn zij niet betrokken geweest.
Vraag 16
Waarom zijn de direct betrokkenen (O230-250) en/of de hele buurt niet actief in de overweging betrokken? Gemeente en Stadsdeelkantoor zijn er inmiddels toch mee bekend dat de omwonenden grote bezwaren hebben?
Antwoord 16
Daartoe is de Gemeente niet verplicht. Omwonenden kunnen hun visie tijdens de procedure kenbaar maken.
Over de ruimtelijke onderbouwing van Bullhorst architecten stedenbouwers (document 0702-17407 van 05/10/07)
Vraag 17
De ruimtelijke onderbouwing van Bullhorst architecten stedenbouwers (document 0702-17407 van 05/10/07) stelt dat vanuit het onderstation “geen nadelige straling aanwezig is”. Dat is ons inziens onjuist. Zo wordt de geluidsapparatuur van de heer Langerak van Obrechtstraat 234 gestoord door het onderstation. Dat is ook aangegeven op de hoorzitting van de Adviescommissie bezwaarschriften van 7 november 2006, waarbij Gemeente en HTM aanwezig waren. Langerak, die beroepsmusicus is en tevens reparateur van computerapparatuur, wordt door de straling gehinderd in de uitoefening van zijn beroep. Bent u bereid om in de woning van Langerak metingen te komen verrichten? En deze gegevens in uw overwegingen te betrekken? In Obrechtstraat 240 is gevestigd R. Toxopeus, muzikant en audiovisueel kunstenaar. Ook hier zijn op korte afstand van de containers diverse electronische installaties in gebruik.
Antwoord 17
Neen. Het is niet voorgeschreven dat de Gemeente in de woningen van omwonenden komt meten. Men meet aan buitenzijde. Bovendien zou de straling in de woning ook door andere apparatuur van de bewoners kunnen worden veroorzaakt.
Vraag 18
De ruimtelijke onderbouwing van Bullhorst architecten stedenbouwers (document 0702-17407 van 05/10/07) geeft aan dat vanuit het onderstation “geen nadelige geluidsoverlast aanwezig is”. Dat is ons inziens onjuist. De heer Langerak van Obrechtstraat 234 ondervindt in zijn woning geluidsoverlast van de ventilatoren van het onderstation. De HTM is daarvan op de hoogte, technici van HTM hebben met Langerak over dit onderwerp overlegd. De geluidsoverlast is niet afgenomen. Bent u bereid om in de woning van Langerak metingen te komen verrichten? En deze gegevens in uw overwegingen te betrekken?
Antwoord 18
Neen, de Gemeente is niet bereid in de woningen de geluidsoverlast te komen onderzoeken. Volgens de Gemeentelijke adviezen en richtlijnen is men daartoe niet verplicht.
Vraag 19
De ruimtelijke onderbouwing van Bullhorst architecten stedenbouwers (document 0702-17407 van 05/10/07) geeft aan dat door het onderstation “het uitzicht vanaf de achtergevels zo min mogelijk belemmerd wordt”. Dat is onjuist. In de eerste plaats sluit het onderstation het zicht volledig af vanuit de tuin van de woning Obrechtstraat 242 en wordt ook het zicht vanuit de tuin van O 240 belemmerd. Ten tweede wordt het zicht belemmerd vanaf de eerste etage van de uitbouw van Obrechtstraat 234 en 238. Het onderstation komt daar boven de balkonrand uit. Dat probleem zal erger worden als de dakbedekking op het onderstation is aangebracht. In de derde plaats wordt het uitzicht vanuit andere woningen belemmerd, zoals bijvoorbeeld Obrechtstraat 230 en 236 en en 238 en 240. Ben u bereid dit ter plekke te komen bekijken? En deze hinder in uw overwegingen te betrekken?
Antwoord 19
Naar het oordeel van de heren Rijsdijk en Visser wordt het uitzicht niet in ernstige mate belemmerd.
Vraag 20
In het onderstation werkzame technici hebben bewoners verteld dat het onderstation veel kleiner had kunnen worden uitgevoerd. Grote containers maken het echter makkelijker voor technici om zich binnenin te bewegen. De bewoners merken op dat de massaliteit van het onderstation daardoor onnodig groot is, ten nadele van de omwonenden.
Antwoord 20
De heren Rijsdijk en Visser adviseren de bewoners dit argument inzake het volume van het onderstation te zijner tijd mee te nemen in hun zienswijze.
Straling
Vraag 21
Vindt u de afstand van de onderstations tot de woningen acceptabel? (3 meter)?
Antwoord 21
Ja.
Vraag 22
Zijn er richtlijnen voor het plaatsen van deze onderstations, bijvoorbeeld vanwege mogelijk straling door toedoen van de hoogspanning? Zo ja, kunt u toelichten? Er slapen namelijk bewoners, waaronder kleine kinderen, op enkele meters afstand van de onderstations.
Antwoord 22
De straling blijft binnen de normen van staatssecretaris Van Geel (0,4 microtesla). Dat kan worden gemeten aan de buitenzijde van de woning. Desgevraagd wordt door de Gemeente aangegeven dat het zogenaamde voorzorgsprincipe hier geen rol speelt. Daar wordt slechts rekening mee gehouden bij nieuwbouw. Het gebouw is reeds geplaatst, de straling is binnen de normen.
De bewoners merken naar aanleiding van dit antwoord op dat het voorzorgsprincipe wel degelijk een relevante factor is in de voorliggende procedure. Immers, naar de wet staan de containers er nog niet. De route die de Gemeente kiest, door HTM eerst illegaal te laten bouwen, omzeilt het voorzorgsprincipe, aldus de bewoners. Dat vinden zij een laakbare handelwijze.
Vraag 23
Zijn de meetresultaten van TNO ontvangen? Wat is het resultaat?
Antwoord 23
Ja. Binnen de norm. Er is op basis van een aantal meetpunten sprake van een gemiddelde waarde van plusminus 0,26 microtesla. Dat vindt de Gemeente acceptabel. De bewoners ontvangen binnenkort de testresultaten.
Vraag 24
Waarom heeft TNO niet ook in de woningen metingen verricht?
Antwoord 24
Dat is niet nodig. Er wordt gemeten aan de buitenzijde, en ook op de muur van de woningen.
Vergunning
Vraag 25
Aangezien het hoogspanningscontainers betreft is de Brandweer betrokken bij de verlening van de vergunning?
Antwoord 25
Ja, de brandweer zal controleren.
Geluid
Vraag 26
De onderstations maken geluid dat doordringt tot in de woningen. Kan de Gemeente deze overlast komen meten en in zijn besluitvorming betrekken?
Antwoord 26
Neen, zie het antwoord op vraag 18.
Welstand
Vraag 27
Wanneer is overleg voorzien met Welstand?
Antwoord 27
Op heel korte termijn, begin april. De bewoners wordt geadviseerd alert te zijn op de meldingen in De Posthoorn. Daarna wil men vergunning gaan verlenen.
Vraag 28
Zijn deze gebouwen geen inbreuk op beschermd stadsgezicht?
Antwoord 28
Er wordt ontheffing op het bestemmingsplan verleend op basis van artikel 19.2 WRO.
Over de (aanvraagformulier)
Vraag 29
Heeft de Gemeente in relatie tot dit project alle kosten in ogenschouw genomen inclusief eventuele planschadeprocedures die de bewoners kunnen gaan starten?
Antwoord 29
HTM becijfert de totale integrale kosten van het gebouw in zijn aanvraag op 120.000 euro. De Gemeente komt tot een iets hogere schatting van 130.000 euro. Dat zijn de totale kosten exclusief planschade. De Gemeente is zich naar aanleiding van het overleg bewust dat de bewoners planschadeprocedures kunnen beginnen. Het is ook de taak van de heer Visser om een risicoanalyse te maken.
Vraag 30
De bewoners menen dat planschade onderdeel van de calculatie dient te zijn. Gezien de relatief lage kosten van het onderstation en de mogelijk aanzienlijke kosten van een planschade procedure vragen zij de Gemeente een herbereking te maken en zich daarbij de vraag te stellen of verplaatsen van het gebouw voor enkele tienduizenden euro niet voordeliger is.
Antwoord 30
De gemeente zal het argument betrekken in zijn beoordeling van de aanvraag.
Milieutoets
Vraag 31
De bewoners zijn van mening dat de uitgevoerde milieu effect rapportage de bouw van het onderstation niet toelaat.
Antwoord 31
Op basis van deze toets had het onderstation inderdaad niet kunnen worden gebouwd, aldus de heer Rijsdijk. De gemeente zal echter anders adviseren. Dat wil zeggen, men acht de (extra) vervuiling niet bezwaarlijk voor de bouw van het onderstation.
Dossier
Vraag 32
Wanneer is schriftelijk antwoord verwachtbaar op de WOB-verzoeken?
Antwoord 32
Het college van BenW moet een beslissing nemen over het WOB-verzoek. Men is echter voornemens alle stukken te gaan verlenen. De gemeente biedt bij monde van de heer Visser excuses aan voor de gang van zaken en zegt toe dat de bewoners op korte termijn (als de formele procedures via BenW zijn doorlopen) copie van alle bij het dossier behorende stukken krijgen toegestuurd, d.w.z. de heer Van de Geer van het WOB-verzoek.
Handhaving
Vraag 33
Wij verzoeken de Gemeente nogmaals om handhaving. Uit alle voorgaande vragen en opmerkingen onzerzijds moge blijken dat geen sprake is van een serieuze onderbouwing van dit project zijdens HTM. Ondertussen blijven de bewoners van de Obrechtstraat gedupeerd door dit feitelijk illegale bouwwerk. Voorbeelden zijn de straling, de geluidsoverlast en gebrek aan uitzicht. Wij verzoeken de Gemeente dan ook om HTM te gelasten tot omgaand verplaatsing van het onderstation, dan wel deze zelf te hand te nemen.
Antwoord 33
De Gemeente is niet bereid tot handhaven zolang de formele aanvraagprocedure loopt. Handhaven zou ook in strijd zijn met het algemeen maatschappelijk belang dat Randstad Rail blijft functioneren.
Bezoek aan de locatie?
Aan het einde van het gesprek heeft de heer Visser aangegeven naar aanleiding van het gesprek te overwegen de locatie te bezoeken, om zich beter een beeld te kunnen vormen van het gebouw en de argumentatie van de bewoners, ook ten aanzien van de locatiekeuze. De bewoners verzoeken hem om óók in de woningen kennis te komen nemen van het verlies aan uitzicht, de straling en het lawaai. De heer Visser zal in dat geval contact opnemen met bewoner Van de Geer.
Ten slotte
De bewoners bedanken de heren Rijsdijk en Visser voor de ontvangst en het gesprek dat in een vriendelijke sfeer is verlopen.